logo

Over billen en riffelen op de Cannenburgher Molen

Geschreven door Jan van de Velde

foto004De Riffelarij Te Riele verhuist dit jaar (2020), na ruim 70 jaren, vanaf het terrein van de Cannenburgher Molen, die dateert uit het einde van de veertiende eeuw, naar het industrieterrein Eekterveld. Dit was aanleiding voor de auteur een aantal artikelen te schrijven over het riffelbedrijf, het billen van molenstenen, de Cannenburgher Molen en de relatie met de bewoners van het Kasteel Cannenburch.1) Onderstaand artikel is daarvan een samenvatting. (Red.)

Inleiding
In Vaassen zijn twee molens overgebleven. Let wel: Het gaat dan niet om de windmolen in het centrum van het dorp. Overeenkomstig de molenbiotoop steekt die namelijk molenhoog uit boven de omringende bebouwing. Dát is de onlangs aanzienlijk verhoogde, aandachttrekkende molen van Daams. Maar het gaat wel om een molen uit 1387 die, net als de zeventien andere watermolens in Vaassen, in het bezit was van de familie Van Isendoorn à Blois van Kasteel Cannenburch. Deze adellijke familie heeft billen eeuwenlang gestimuleerd. En dat werkt nog steeds door.

foto001Cannenburgher Molen
Dit bescheiden stenen gebouw is niet direct te herkennen als echte molen. Maar wie omloopt, ontdekt aan de beekkant ervan een molengoot met water en een bovenslagrad. Onder het wateroppervlak is in de stenen bak bijna de turbine te zien die daar in 1940 is gemonteerd. Zo’n turbine was in die tijd modern en levert meer mechanische energie op dan een gebruikelijk rad. Het schoepenrad in de onderhavige turbinebehuizing staat verticaal op een horizontale as. De “uitlaat” van de turbine steekt in de onderbeek en geeft zo een -rendementverhogende- zuigende werking.

Echt oud is dit watermolen-gebouw niet; het werd in 1940 opgetrokken nadat de oorspronkelijke houten watermolen uit de veertiende eeuw in vlammen was opgegaan. Deze oudefoto011 molen was eeuwenlang eigendom van de familie Van Isendoorn van Kasteel Cannenburch. Maar dat veranderde zo'n 150 jaar geleden: In 1872 waren de Van Isendoorns in de mannelijke lijn namelijk uitgestorven. Hun bezittingen werden toen geveild om de erfgenamen tevreden te stellen. Deze watermolen kwam in handen van de familie Te Riele, die haar én aanpalende gebouwen nog steeds gebruikt voor het familiebedrijf. Bij de zogenaamde riffelarij van Firma te Riele schaven bijzondere machines groeven in grote gietijzeren rollen.

Er wordt ook nog gemalen in de Cannenburgher Molen. Bijvoorbeeld koriander en mosterdzaad.  Maar waterkracht komt daar niet meer aan te pas. Er staat een transformatorhuisje naast het molen-gebouw. Elektrische energie is altijd beschikbaar. Dan behoef je het weinige beekwater niet op te slaan.

Zie voor meer informatie de Vereniging De Hollandse Molen

Water
De honderden beken op de Veluwe zijn gegraven en aangelegd om watermolens van energie te voorzien. Dat zijn er -door de eeuwen- heen wel zo'n 200 geweest. Enkele tientallen ervan draaien nog steeds. Voor die historische monumenten is er ook nu voldoende water nodig. En dat is er steeds minder!!!

Niet alleen droge zomers zorgen voor een aanzienlijk daling van het grondwaterpeil. (Het grondwater werd vele jaren mede ingezet ten behoeve van de watereconomie op de Veluwe. Daartoe zijn er toen namelijk vele sprengkoppen gegraven.) Ook de verdamping door de bossen op de Veluwe veroorzaakt een daling van het grondwaterpeil. Bovendien wordt het zuivere grondwater ingezet voor de productie van aanzienlijke hoeveelheden drinkwater. Deze drie (f)actoren beïnvloedend onze watermolenbiotoop.

Drie taken
Vroeger had een (maal-)molenaar drie taken: hij moest malen, hij was verantwoordelijk voor het schoonhouden van de beken (om voldoende water naar de watermolens toe te kunnen leiden) en ook moest hij regelmatig de stenen billen. In molenstenen zitten namelijk rondlopende groeven. Maar door de constante wrijving slijten de stenen af en moeten ze met een bilhamer aangescherpt worden.

Billen
Billen is een werkwoord. Het is tamelijk zwaar werk en bovendien behoorlijk gespecialiseerd. Billen is nodig om goed te kunnen malen.Bij het malen worden door druk en het gebruik van ruwe groeven de graankorrels verkleind. Die groeven in molensténen hebben een heel speciaal profiel. Dat profiel slijt gedurende het malen. Het moet regelmatig weer worden (aan)gescherpt. Dat doe je door molenstenen te billen.

In een maalmolefoto002n zijn er steeds paren van twee stenen. Ze worden loper en ligger genoemd. U begrijpt wel dat de ligger onder en de loper daarboven waren gemonteerd. Door middel van waterkracht werd op de Cannenburgher Molen het waterrad aangedreven. Via een aantal gekoppelde tandraderen werden vervolgens de molenstenen aangedreven. Graankorrels werden toegevoerd en door de wrijving tussen de ligger en de loper vermalen tot meel.

De groeven in de molenstenen moeten regelmatig worden bijgewerkt om goed te kunnen malen. De molenaar takeldefoto003 dan (met behulp van waterkracht) de steen omhoog zodat hij aan het werk kon. Intussen kon er niet gemalen worden, wat tot een verlies aan inkomsten leidde. In de avond/nacht ging hij aan werk met zijn bilhamer. De steen werd namelijk enigszins gekanteld en aan de rand werd een olielampje geplaatst. Dat liet strijklicht op de groeven vallen zodat voor de billler zichtbaar was wáár er materiaal moest worden verwijderd om de molensteen weer scherp te maken. Nachtwerk dus en toch een heel precies werkje waar je verstand van moet hebben.

De uitdrukking “met de billen bloot” is hiervan afgeleid. Als in de maalmolen de bovenste maalsteen moet worden gescherpt, wordt de steen opgetild en gekanteld. Zo komt die steen met het billen bloot.

Riffelen
foto005Tegenwoordig wordt meestal gemalen met behulp van walsrollen, met name in de voedingsmiddelenindustrie. De walsrollen draaien in paren in tegengestelde richting met enigermate verschillende snelheden. Ook op deze omvangrijkfoto006e gietijzeren rollen van wel 2.100 x 820 mm, die zijn gevuld met olie om tijdens het malen de temperatuurverdeling gelijkmatig te houden, zijn groeven aanwezig die regelmatig moeten worden gescherpt.

Dat doet een riffelarij, zoals die van Te Riele in Vaassen. De voorouder van Anton te Riele, die momenteel het riffelbedrijf beoefent, heeft het specialistische riffelbedrijf rond 1946 opgestart. Er zijn maar enkele riffelarijen in Europa. Riffelen is eigenlijk een moderne vorm van billen. En dat deed de molenaar in het verleden ook altijd al want billen en riffelen zijn nodig om goed te kunnen malen.

foto007Band
De Cannenburgher Molen is lommerrijk gelegen aan weldadige waterpartijen (3 wijers en speelvijvers). Er is al vele eeuwenlang een nauwe band tussen de Cannenburgher Molen en het kasteel.

foto008Op een kwartierstaat die aanwezig is in de grote hal van Kasteel Cannenburch is die eeuwenoude nauwe band gevisualiseerd. Met links onderaan een verbeelding van Kasteel Cannenburch van vóór 1661; de westelfoto009ijke vleugel is dan namelijk nog niet voltooid. Ook de Cannenburgher Watermolen, die al vanaf de 14e eeuw in functie was, is afgebeeld. Het lijkt echter een onderslagrad weer te geven, dat nooit op deze molen aanwezig zal zijn geweest. Heeft de schilder de Cannenburgher Molen wel gezien?

Restauratie Cannenburgher Watermolen
Een tiental jaren geleden werd op mijn initiatief de restauratie van de Cannenburgher Molen ter hand genomen en succesvol uitgevoerd. Er is in 2010 (weer) een bovenslagrad geplaatst. Dit initiatief kwam voort uit het feit dat het kasteelpark en de gevel van het kasteel toen ook werden gerestaureerd. De bewoners van het kasteel waren vele eeuwenlang nauw verbonden met deze bijzondere watermolen. Zij ontvingen een aanzienlijk deel van hun inkomsten uit de zeventien watermolens in Vaassen en omstreken waarop daarom met goed gebilde stenen moest worden gemalen.

Een bezoeker zal het niet opvallen dat het kasteel inclusief park een andere eigenaar heeft dan de watermolen. Maar ze hoorden en horen bij elkaar. Het is een ensemble van grote waarde! (JvdV)

-0-0-0-0-0-

1) De naam van het kasteel wordt vaak op twee verschillende manieren geschreven: Cannenburgh en Cannenburch. Over de juiste schrijfwijze zijn de meningen verdeeld, zo schrijft het GLK het op haar website met "ch". Als men de Cannenburgh-route volgt, ziet men dat dit ook met "gh" geschreven is. Zo wordt de Cannenburgh ook op de oude plattegronden met "gh" op het eind aangegeven. Ook in het dorp Vaassen zijn allerlei verwijzingen met "gh", dus dit wordt ook gezien als de enige juiste spelwijze. In dit artikel wordt het GLK gevolgd waar het het kasteel zelf betreft. (Red)